25 april 2011

Laza Kostić

In vorige blogberichten heb ik geschreven over Jovan Jovanović Zmaj en Svetozar Miletić. Zij waren vooraanstaande figuren in 19de-eeuws Novi Sad. Tot hen behoort ook de flamboyante en veelzijdige Laza Kostić (geboren in 1841 in Kovilj). Hij was een gezien en gevat bezoeker van de kafana’s in Novi Sad. Een paar aardige anekdotes over hem kan je hier lezen. Hij was actief als dichter, toneelschrijver, hoofdredacteur, filosoof, estheticus, vertaler, jurist en politicus. Al met al één van Servisch meest vooraanstaande intellectuelen in de 19de eeuw. Vorig jaar 2010 herdacht de Servische Academie van Wetenschappen en Kunsten dat Kostić 100 jaar geleden is overleden.

Als politicus was hij liberaal, burgemeester van Novi Sad en een fervent Servisch nationalist. Vanwege zijn opvattingen en zijn optreden werd hij door de Oostenrijkse overheerser gedwongen Vojvodina te verlaten en een paar jaar door te brengen in Belgrado en Herzegovina. Hij werd geprotegeerd door de Servische vorst Milan IV Obrenović. Maar ook in Belgrado maakte hij weinig vrienden. Als literator was hij een romanticus maar ook een vernieuwer van de Servische taal. En hij kende de Europese talen en literatuur. Op zijn 18de al vertaalde hij werken van Shakespeare naar het Servisch. Zijn hele leven is hij Shakespeare blijven bestuderen. Ook vertaalde hij Homerus uit het Grieks en werken van Schiller en Heine uit het Duits. Om een paar voorbeelden te noemen.

In 1890 verhuisde Laza naar Sombor in Vojvodina, waar hij voor de rest van zijn leven zou blijven wonen. In Sombor schreef hij Dnevnik snova, een ‘Dagboek met dromen’, en het volgens zeggen mooiste liefdesgedicht uit de Servische literatuur: Santa Maria della Salute. In dit gedicht getuigt Laza van zijn liefde voor een veel jongere vrouw, Lenka Dundjerski, de mooie pianospelende dochter van Laza’s vriend, Lazar Dundjerski, een rijke landeigenaar, handelaar en industrieel.

De familie Dundjerski kwam uit Herzogivina. In Vojvodina werd Lazar Dundjerski rijk en kocht hij kastelen en landhuizen (na WOII werd al het bezit van de Dundjerski-familie geconfisqueerd en genationaliseerd door de communisten). In 1882 kocht Lazar een paleis in Čelarevo. Hier ontmoette de vijftigjarige Laza de negentienjarige Lenka. Hij werd verliefd op haar, en zij op hem, zo schijnt het. Maar Laza vond zichzelf veel te oud voor haar. Om zijn verliefdheid de kop in te drukken sloot hij zich op in Krušedol, één van de kloosters in de Fruška Gora. En hij schreef een brief aan zijn jonge vriend Nikola Tesla, een vooraanstaande wetenschapper, waarin hij hem het voorstel deed met Lenka te trouwen. Kort daarna echter, in 1895, overleed Lenka, waarschijnlijk aan tuberculose. Laza trouwde op advies van zijn vader met de rijke weduwe Julijana Palanacki, van wie hij nooit heeft gehouden. En hij ging op reis, onder meer naar Venetië. Zes jaar had Laza nodig om zijn liefde voor Lenka te verwoorden. In 1901 verscheen Santa Maria della Salute.

De grote kerk Santa Maria della Salute aan het Canal Grande in Venetië werd in de 17de eeuw gebouwd omdat de pest eindelijk uit Venetië was verdwenen. Salute is Italiaans voor ‘gezondheid’ of ‘verlossing’. Het barokke ontwerp is van Baldassare Longhena, een leerling van Palladio. Het gebouw rust op 100.000 eikenhouten palen uit Dalmatië en is opgetrokken uit witte kalksteen. Op het hoogaltaar staat de beeldengroep De Maagd verdrijft de pest. Er zijn schilderijen van Tintoretto, zoals Bruiloft te Kana, en van Titiaan, waaronder Het offer van Abraham. De kerk was niet alleen een bron van inspiratie voor de dichter Laza Kostić, maar ook voor schilders als Canaletto en Guardi, Turner en Sargent.

Kostić’ Santa Maria della Salute bestaat uit veertien coupletten. Het is niet gemakkelijk te vertalen. En het is bijna blasfemie om het gedicht op basis van een Engelse vertaling in een paar woorden na te vertellen en te interpreteren. Toch doe ik hier een summiere poging. Laza adresseert in zijn gedicht Maria, de moeder van de katholieke Kerk, als verlosser. Laza bekent haar dat zijn hoofd door een mooie jonge vrouw op hol is geslagen. Hij vraagt Maria vergiffenis. Zijn verstand zegt hem dat hij haar onwaardig is, dat die schoonheid niet voor hem bestemd kan zijn. Maar toch heeft hij zondige gedachten. Hij vlucht, maar zijn lijden houdt niet op. In zijn dromen blijft zij komen, ook na haar dood. Hij verbeeldt zich dat zijn lijden minder zal worden na zijn dood, omdat zij dan weer samen zullen kunnen zijn. Kortom, hij mag Maria dan om vergiffenis vragen voor zijn zondige denken, hij mag Lenka hebben verlaten om zijn lijden te verlichten, vergeten kan hij haar niet en hij kijkt uit naar het weerzien. Het gedicht is volgens mij dan ook geen afscheid en ook geen herinnering, maar een bevrijdende liefdesverklaring. Laza wil worden verlost van zijn schuldgevoel over zijn liefde voor Lenka.

Nog steeds is Santa Maria della Salute een populair gedicht in Servië. De relatie tussen Laza en Lenka inspireert en ontroert velen. Zo publiceerde de in Servië bekende schrijfster Isidora Bjelica begin dit jaar een roman met de titel Santa Maria. In dit boek onthult Isidora naar eigen zeggen de ware geschiedenis van Laza’s liefde voor Lenka. Zij baseert zich daarbij mede op hetgeen Laza in zijn dagboek heeft geschreven. Helaas is Bjelica’s Santa Maria nog niet vertaald.

Benieuwd geworden naar het gedicht? In het Servisch kan je het hier lezen; in een Engelse vertaling hier en hier.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen