20 februari 2013

Plaquette voor Aleksandar Tišma

Foto: B. Rakić
Eindelijk is het ervan gekomen; Novi Sad eert Aleksandar Tišma, één van de grootste schrijvers in het Servo-Kroatische taalgebied, met een plaquette in de openbare ruimte. Het is nog wel geen standbeeld zoals bijvoorbeeld Jovan Jovanović Zmaj en Đura Jakšić die wel hebben gekregen, maar het is tenminste iets.

De gedenkplaat met een afbeelding van Aleksandar Tišma in reliëf is gemaakt door een beeldhouwster uit Novi Sad. Onder de plaquette met reliëf is nog een kleinere plaquette aangebracht met enkel een Engelse tekst voor toeristen.

De plaquette is bevestigd aan de buitenkant van het Tanurdzic-paleis aan de Ulica Modena in het centrum van Novi Sad, alwaar de schrijver van 1969 tot aan zijn overlijden in 2003 woonde in één van de appartementen.

Miroslav Blam, de hoofdpersoon uit het Het boek Blam van Aleksandar Tišma woonde ook in dit gebouw, in een mansardewoning op de bovenste etage, met uitzicht op het mooie Trg Slobode (Vrijheidsplein).

De plaquette werd gisteren, tien jaar na Aleksandar's dood, in het bijzijn van onder meer zijn zoon Andrej, bewonderaars en geïnteresseerden, officieel onthuld door de Servische Minister van Cultuur en Informatie Bratislav Petkovic en de burgemeester van Novi Sad, Milos Vucevic.

Foto: B. Rakić

 


16 februari 2013

Once brothers

Joegoslavië heeft grote sporters voortgebracht, ware sporthelden. Basketbalspelers, bijvoorbeeld. ‘Once Brothers’ is een film uit 2003 over twee van hen: Vlade Divac en Dražen Petrović. Vlade en Dražen speelden van 1986 tot 1990 samen in het nationale team van Joegoslavië, ze werden kamergenoten en vrienden. Met het nationale team van Joegoslavië behaalden ze grote successen. Beiden gingen naar de USA om in de meest prestigieuze basketbalcompetitie ter wereld hun succes te beproeven; Vlade bij de LA Lakers en Dražen bij de Portland Trail Blazers en de New Jersey Jets.

In 1990, na afloop van het door het Joegoslavische basketbalteam gewonnen wereldkampioenschap ontvouwde een supporter op het veld de Kroatische vlag. Dat schoot Vlade in het verkeerde keelgat. Hij pakte en verborg de vlag. Het team is Joegoslavisch en niet Kroatisch, was zijn boodschap. Vlade, een Serviër, komt in de film over als oprecht en apolitiek. Ik vermoed dat hij hetzelfde had gedaan als een toeschouwer de Servische vlag had ontrold. Ondanks zijn goede bedoelingen – geen politiek bedrijven op het sportveld – had zijn actie een ongewenst effect: zijn vriend Dražen, een Kroaat, verbrak de vriendschap. Wellicht was Vlade’s actie niet meer dan de druppel. De politieke sfeer was toen al zo gespannen en opgefokt dat het tij niet meer viel te keren. In 1991 riep Kroatië de onafhankelijkheid uit en begon de (burger)oorlog. Misschien was Vlade naïef in zijn hoop dat Joegoslavië bijeen zijn blijven en voelde hij de politieke realiteit van dat moment niet goed aan. In ieder geval onderschatte hij de gevoeligheid over dit onderwerp bij zijn vriend. Vlade leed erg onder het verlies van zijn vriendschap met Dražen, waarvan de werkelijke oorzaak lag bij door politici aangewakkerd nationalisme.

Na de afscheiding van Kroatië in 1991 speelde Vlade in het nationale team van Joegoslavië en Dražen in dat van Kroatië. In 1993 kwam Petrović in Duitsland om het leven bij een auto-ongeluk. Hij was na een kwalificatiewedstrijd in München op weg naar huis. Op het laatste moment had hij gekozen voor de auto in plaats van het vliegtuig. De film laat beelden zien van zijn begrafenis.

Tien jaar later, in 2003, reist Vlade voor het eerst sinds de burgeroorlog naar Zagreb in Kroatië om de moeder van Dražen te bezoeken. Op straat wordt hij uitgescholden (omdat hij Serviër is) maar ook uitbundig begroet (als groot sportman). Met Dražen’s moeder Biserka haalt hij herinneringen op. Ook legt hij bloemen op het monumentale graf van Dražen.

‘Once brothers’ – ‘Nekad braća’ in het Servo-Kroatisch – is geen politieke film, maar een boeiende documentaire die laat zien waar politieke en etnische sentimenten zelfs bij goede vrienden toe kan leiden. De film duurt 80 minuten en kan hier op YouTube in zijn geheel worden gezien. Vlade Divac is de verteller, hij doet dat rustig en beheerst. Ook andere spelers uit het nationale team van Joegoslavië tussen 1986 en 1990 komen aan het woord. De gesproken taal is Servo-Kroatisch en Engels. Daar waar Servo-Kroatisch wordt gesproken is de film ondertiteld in het Engels. Aanrader, ook voor hen die geen sportliefhebber zijn.

 

10 februari 2013

Dušan Kovačević : Bruin sings the blues

Eind vorig jaar las ik in een oud nummer van Donau, Tijdschrift over Zuidoost-Europa, met als thema ‘film’, een artikel over de Servische films Mehanizam (2000) en Profesionalac (2003), films waarin de misdaad welig tiert in de (Servische) maatschappij. Beide films kunnen in zijn geheel, maar niet ondertiteld, worden bekeken via YouTube. Regisseur van Profesionalac bleek ene Dušan Kovačević, een toen nog onbekende naam voor mij. Begin dit jaar kreeg ik van een kennis een Engelstalig boek cadeau met de titel Bruin sings the blues, geschreven door Dušan Kovačević! Mijn interesse was gewekt. Dušan Kovačević bleek een grote bekendheid te zijn in Servië, vooral vanwege zijn werk als schrijver van toneelstukken en filmscripts. Geboren ergens in Vojvodina volgde Dušan de middelbare school in Novi Sad waarna hij in Belgrado dramaturgie ging studeren. Zijn productiviteit als schrijver is enorm. Tot mijn grote verrassing is hij ook de schrijver van Underground, de beroemde en beruchte cultfilm van regisseur Emir Kusturica.

Het verbaasde mij dan ook niet echt dat Bruin sings the blues zich liet lezen als een filmscript. Het verhaal dwong mij voortdurend de scenes – vol effectbejag en vaak humoristisch – te visualiseren. Hoewel het verhaal tijdruimtelijk nauw is omschreven – Belgrado en de bergen rondom Valjevo gedurende de periode in 1999 van vlak voor de bombardementen tot en met het einde van de bombardementen – is er geen innerlijke ontwikkeling van de personages. Wat dat betreft moest ik denken aan Underground, waarin de karakters op zijn zachtst gezegd ook bijzondere typen zijn. Daar komt nog bij dat één van de hoofdrollen is weggelegd voor een beer, een sprekende, zingende en chaufferende circusbeer. ‘Bruin’ kan niet alleen praten met zijn soortgenoten, maar ook (selectief) met mensen. Kortom, Bruin sings the blues is niet alleen een fictief verhaal met een realistische mise-en-scène, het is ook een diersprookje. Het verhaal eindigt met een filmische grande finale in een happy ending.

Kovačević is een bedreven scenarioschrijver. Bruin sings the blues leest gemakkelijk weg en is effectief: je ziet de film al voor je. Toch laat het geheel zich niet gemakkelijk duiden. Het is in ieder geval een verhaal over liefde, liefde tussen man en vrouw, tussen man en beer, en tussen beer en beer, en dat in een tijd waarin de dreiging van een vernietigend bombardement alomtegenwoordig was. Uitermate kritisch is de schrijver over de NAVO-vliegers die de zogenoemde ‘humanitaire’ bombardementen uitvoeren: “mother-fucking gangsters”, en over zijn eigen politieke leider: “a man whose name was impossible to pronounce without feeling the need to throw up everything one had eaten during the previous ten years.” Misschien moet het verhaal wel begrepen worden als een hartenkreet van een man die in weerwil van de politieke realiteit van het leven wil blijven houden: “Blues is like when you open your heart to someone, when you tell someone just how you feel, what you love, why you’re sad, why you feel like crying … and why you’re alone …It’s beautiful, it’s unusual and, for my voice, it’s the best… I think just like I sing, and what I feel inside, I sing. It’s hard to put into words.”

4 november 2012

In Europa: Novi Sad

In opdracht van NRC Handelsblad trok journalist en schrijver Geert Mak in 1999 een jaar door Europa op zoek naar sporen van de Europese geschiedenis in de twintigste eeuw. Mede op basis van deze speurtochten publiceerde Mak in 2004 een lijvig boek getiteld In Europa: reis door de twintigste eeuw. Ook Novi Sad werd door Geert Mak bezocht, de eerste keer in maart 1993 en een tweede keer in december 1999. Tijdens de Joegoslavische oorlogen dus.

Mak bezocht Novi Sad omdat ook daar 20ste-eeuwse geschiedenis is geschreven. Tijdens WOII, bijvoorbeeld, maar ook nog heel recent. In het voorjaar van 1999 bombardeerden NAVO-vliegtuigen drie maanden lang strategische doelen in Novi Sad, en vernietigden daarbij alle bruggen over de Donau. Een traumatische ervaring voor de inwoners van Novi Sad. Het bombardement van Novi Sad heb ik vermeld in mijn blogberichten 24 maart 1999, De bruggen van Novi Sad en To survive a bombing.

In Novi Sad ontmoet Mak onder meer Sarita Matijević, een voormalig tv-journaliste, filmer en documentairemaker Želimir Žilnik, en Aleksander Tišma, de in 2003 overleden romanschrijver. Sarita Matijević neemt Mak mee naar café Sax, voor een ontmoeting met intellectuelen, naar haar familie, waar al gauw duidelijk wordt dat vader en dochter geheel verschillende zienswijzen hebben over de politieke realiteit in Servië, en naar kapsalon Pramen alwaar Mak jonge gewone mensen vraagt naar hun wensen voor de toekomst. Met Želimir Žilnik wandelt Mak langs de Donau, waar de eerder dat jaar in puin geschoten bruggen nog in het water liggen en spreekt hij met een vrouw die, wonend aan de Donau, de bombardementen aan den lijve heeft ervaren. Met Aleksander Tišma praat hij over de politieke situatie van Servië en over de plaats van Servië in Europa. Van Tišma hoort Mak een anekdote die hij gebruikte voor zijn voorlaatste publicatie De hond van Tišma.

Sommige delen in zijn hoofdstuk over Novi Sad zijn wat uitgebreider verschenen in de NRC, bijvoorbeeld het verhaal van Saša en Miša, de twee dienstweigeraars, die Mak in Amsterdam ontmoette. Wat Mak schrijft over het wel en wee van Saša en Miša in Amsterdam zal de lezer van Borislav Čičovački’s Sleutelkruid bekend voorkomen.

In zijn verslag schrijft Mak niet alleen over de gevolgen van de oorlogen voor de bevolking van Novi Sad maar ook over de oorzaken van deze oorlogen. Vier afscheidingsoorlogen werden er gevoerd: de afscheiding van Slovenië in 1991, de afscheiding van Kroatië in 1991-1992, de oorlog om Bosnië-Herzegovina van 1992 tot 1996 en de oorlog om Kosovo in 1998 en 1999. Mak laat zien dat deze oorlogen een gecompliceerde en lange voorgeschiedenis hebben. Daarbij verwijst hij onder meer naar opvattingen van interessante schrijvers als György Konrád, Mark Mazower en Ivo Andrić.

Mak refereert in zijn verslag over Novi Sad aan het boek Zandloper van de uit Vojvodina afkomstige schrijver Danilo Kiš. In dit boek geeft Kiš een lange lijst met personen die in de jaren dertig en veertig in Novi Sad leefden en werkten. Mak gebruikt deze lijst als opmaat naar zijn beschrijving van de Novi Sad razzia in 1942. In Het Boek Blam geeft Aleksander Tišma overigens ook een dergelijke lijst met namen: over het lot van burgers tijdens WOII die in één bepaalde straat in Novi Sad woonden.

Mak heeft geen historische studie over Joegoslavië geschreven, maar losjes aan elkaar hangende journalistieke verhalen. Wellicht juist daardoor vond ik zijn hoofdstukken over voormalig Joegoslavië interessant en leerzaam en, niet onbelangrijk, prettig leesbaar. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Mak met een zekere sympathie heeft geschreven over Novi Sad en haar inwoners. Alleen al voor genoemde hoofdstukken is de uitgave (ik kocht de eerste uitgave tweedehands voor tien euro) de aanschaf meer dan waard.

27 oktober 2012

Raskovnik

Een berichtje voor hen die liever een boek in het Servisch dan in het Nederlands lezen. Uitgeverij Arhipelag in Belgrado heeft onlangs het boek Raskovnik gepubliceerd, een roman van Borislav Čičovački. Dit boek was al in 2009 door Uitgeverij Contact in het Nederlands gepubliceerd onder de titel Sleutelkruid. Het gaat over het leven van een jongeman die, als student biologie in Novi Sad, in 1991 Servië ontvlucht en in Amsterdam een nieuw leven probeert op te bouwen. Over dit boek heb ik uitgebreider geschreven in mijn blogbericht Sleutelkruid.

26 augustus 2012

Monastery Guide to Fruška Gora

De meeste van de vijftien overgebleven kloosters in het nationale park Fruška Gora, ten zuiden van de Donau, nabij Novi Sad, zijn cultuurhistorisch interessant én bezienswaardig. Sajkaca, de blognaam van een Zwitserse architect, heeft op haar blog Nothing against Serbia, een negental informatieve berichtjes gewijd aan deze kloosters. Onlangs heeft zij deze informatie gebundeld in een praktisch reisgidsje (gratis te downloaden en gemakkelijk af te drukken), getiteld Monastery Guide to Fruška Gora. Een welkome actie, want over de kloosters in Fruška Gora is voor zover ik weet nog geen informatie handzaam beschikbaar. Ik zal er graag gebruik van maken, want tot nu toe heb ik er slechts drie bezocht; zie mijn bericht Kloosters in Fruška Gora.

3 juni 2012

Yes! Novi Sad edition

Ga in de boekwinkel zoeken naar toeristische informatie over Servië, een taalgidsje of een reisgids, en de kans is groot dat je niets vindt. Zeker niet over Novi Sad. Via via ben ik in het gelukkige bezit gekomen van twee Engels-Servische taalboekjes voor toeristen. Het zijn aardige boekjes, maar breed opgezet en bovendien is datgene wat je zoekt niet altijd gemakkelijk te vinden. Op internet is natuurlijk ook wel het een en ander te vinden, maar die informatie is versnipperd en derhalve niet geschikt om af te drukken en mee te nemen (tenzij je je eigen boekje samenstelt).

Toch zijn er een paar Novi Sad reisgidsjes die gratis te downloaden zijn. ‘Novi Sad in your pocket’ is daar één van. Hoewel de titel en het formaat suggereren dat het een gids is om bij je te dragen, is de inhoud vooral van nut bij het voorbereiden van je reis en dagtrips binnen en buiten Novi Sad: er staat veel actuele informatie in over hotels, restaurants, cafés, uitgaansgelegenheden en evenementen. Voor wat betreft de overige informatie: soms staat er te veel in, soms te weinig. Bijvoorbeeld, op een paar woorden na komt de Servische taal helemaal niet aan bod. En het deel ‘What to see’ is beperkt: van de drie belangrijke kunstmusea aan het Trg Galerija wordt er slechts één genoemd, en dat is niet het prachtige Galerija Matice Srpkse.

Via de website Slovce zijn nu twee taal- annex reisgidsjes gratis te downloaden die je wel gemakkelijk bij je kan en wil dragen. ‘Your experience of Serbia’ heeft de maakster haar boekjes genoemd, afgekort tot YES. Tweederde deel van de boekjes bestaat uit Servische woorden en frasen die de toerist zou kunnen gebruiken (ook hier is Engels de tweede taal); eenderde deel geeft essentiële toeristische informatie. Er is een basiseditie, met toeristische hoogtepunten in Servië en een editie over Novi Sad. Wellicht dat andere steden volgen.

YES telt slechts twintig bladzijden: vijf vellen A4, gevouwen tot een A5-boekje. De informatie is kort en krachtig. Ooit ben ik zelf begonnen een reisgids voor Novi Sad op te stellen en derhalve weet ik hoe moeilijk het is om keuzes te maken, om je te beperken tot de essentie, om een doel te stellen, zeker als je interesse kunst- en cultuurhistorisch is. YES is dat gelukt: YES geeft essentiële informatie en heeft duidelijke doeleinden. Opvallend daarbij zijn de labels ‘Don’t miss it!’. Drie varianten zijn er: ‘Taste it!’, ‘Enjoy it!’ en ‘Visit it!’.

In al haar beknoptheid is ‘YES – Novi Sad edition’ een volledige basisgids. Er is zelfs ruimte om je eigen aantekeningen in op te schrijven. En dat heb ik dan ook maar gelijk gedaan, een aanvulling op het lijstje ‘Statues of some famous people’. Daarin ontbreekt naar mijn smaak Mileva Marić, niet alleen omdat zij een vrouw is (het lijstje bestaat enkel uit mannen), maar vooral omdat zij een vooraanstaande rol heeft gespeeld in de wetenschap als mathematica en als inspirator van haar man Albert Einstein. Haar borstbeeld staat op de universiteitscampus, iets buiten het centrum, en wellicht is dat de reden dat zij hier ontbreekt.

YES nodigt de lezer uit om op basis van de aangedragen hoogtepunten op internet verder te zoeken naar meer informatie. In deze kan ik mijn eigen blog ook van harte aanbevelen. ‘Mijn Novi Sad’ is weliswaar niet opgezet met als doel de toerist te informeren, maar kan wel als zodanig worden gebruikt. Relevante berichten zijn bijvoorbeeld: Wegwijs in Novi Sad, Jovan Jovanović Zmaj, De bruggen van Novi Sad, Servisch-orthodoxe kerken, 24 maart 1999, Eten, drinken en 'sladoled', Petrovaradin, Kloosters in Fruška Gora, Musea in Novi Sad, Stari Grad, Het Štrand, Een concert in de synagoge, Het Athene van Servië, Jovan Soldatović.

Al met al is YES is op het eerste gezicht een bruikbare en prettige compagnon voor een ieder die Servië en/of Novi Sad wil bezoeken. YES ‘Edition of Novi Sad’ lijkt mij trouwens ook uitermate geschikt voor het publiek dat deze zomer vanuit niet-Servokroatische sprekende landen het populaire EXIT muziekfestival in Petrovaradin gaat bezoeken. Ik zal niet naar EXIT gaan, maar wanneer ik weer naar Servië afreis, met Novi Sad als uitvalsbasis, dan zal ik de YES taal- en reisgidsjes zeker bij mij dragen, ‘in my pocket’.   

27 mei 2012

Jovan Soldatović

Porodica
Als je wel eens in Novi Sad bent geweest dan kan het niet anders dan dat twee opvallende sculpturen je aandacht hebben getrokken. En daarmee bedoel ik niet het pompeuze zeven meter hoge bronzen standbeeld van de politicus Svetozar Miletić op het Trg Slobode, noch het eenvoudige en ietwat saaie beeld van de dichter Jovan Jovanović Zmaj aan het einde van de Ulica Zmaj Jovina, vlak voor het Vladicanski dvor.

Neen, ik bedoel de vier meter hoge beeldengroep Porodica (De Familie) op de Kej Zrtava Racije langs de Donau tegenover Petrovaradin (zie foto), en de tweeënhalve meter hoge groep Borba jelena (Vechtende Herten) boven op een met gras begroeide vestigingsmuur op het fort Petrovaradin (zie foto).

Beide sculpturen zijn van de beeldhouwer Jovan Soldatović, die in 2005 op 85-jarige leeftijd in Novi Sad is overleden. Zijn atelier had hij sinds 1952 in één van de militaire barakken op fort Petrovaradin.

Đura Jakšić
Dvoje
Soldatović was een geëngageerd kunstenaar.

Het is aan zijn inspanningen te danken dat het oude fort Petrovaradin een levendig centrum voor kunst en cultuur werd, en dat in Novi Sad een academie voor beeldende kunsten werd opgericht, waar hij later ook zelf doceerde.

Een belangrijk deel van zijn (grote) productie bestond uit monumenten voor oorlogsslachtoffers, voor de vrede en de menselijkheid.

Zijn beeldengroep Porodica is een monument ter nagedachtenis van de razzia door Hongaarse bezettinggroepen in januari 1942. Daarbij werden meer dan 1300 Serviërs, joden en zigeuners neergeschoten en onder het ijs op de bevroren de Donau gegooid.

Behalve Porodica en Borba jelena wil ik nog een paar beelden van Soldatović noemen die in Novi Sad te bewonderen zijn. Zijn Dvoje (Het Paar), een bronzen sculptuur van tweeënhalve meter hoog, staat in het perkje voor de ingang van de Galerija Rajko Mamuzić vlakbij Trg Galerija (zie foto). In Dunavski park staat het mooie beeld van Đura Jakšić, de negentiende-eeuwse dichter, schilder, verteller en toneelschrijver. Jakšić is zittend afgebeeld. Een kopie van dit beeld staat voor het huis van de dichter in Skadarlija in Belgrado (zie foto). Soldatović maakte meer sculpturen van Servische dichters; hij maakte bijvoorbeeld ook een beeld van Branko Radičević en een buste van Miroslav Antić. Als laatste noem ik zijn sculptuur in de fontein op het Trg Dositeja Obradovića, midden op de universiteitscampus (zonder foto).

Borba jelena



20 mei 2012

Đorđe Balašević was in Den Haag

Gisteravond trad Đorđe Balašević op in het Lucent Danstheater in Den Haag. Het was het enige optreden in Nederland van deze de populaire zanger en liedjesschrijver uit Novi Sad. Een uitverkochte zaal, bijna geheel gevuld met een Servo-Kroatisch sprekend publiek: vooral dertigers en veertigers, komend uit geheel Nederland. Voor hen was het een fantastische avond. Het optreden duurde bijna vier uur: zonder pauze van kwart over zeven tot vijf over elf! De sfeer was goed, erg goed.

Balašević, nonchalant gekleed in een zwart T-shirt, een slobberspijkerbroek en rode veterschoenen, had er duidelijk zin in. Om te praten vooral. Tussen zijn causerieën, die het grootste deel van zijn optreden vulden, zong hij zo nu en dan één van zijn bekende liedjes, krachtig begeleid door zijn uitstekende vaste pianist op de vleugel. Het gevolg van deze eenkoppige band was wel dat zijn liedjes een beetje op elkaar gingen lijken.

Voor de weinige bezoekers die het Servo-Kroatisch niet machtig waren en die hoopten (eigenlijk tegen beter weten in) op een avondvullend muziekprogramma, was dit een lichte teleurstelling. Ik was één van hen. Wij hadden niet alleen meer muziek verwacht, maar ook gehoopt op een meerkoppige begeleidingsband. Precies twee weken geleden gaf Balašević een gratis concert in de open lucht op het Trg Slobode in Novi Sad. Het aandeel muziek was daar groter dan gisteravond. En hij werd begeleid door een meerkoppige begeleidingsband. Helaas bleek het geen generale repetitie geweest te zijn voor het concert in Den Haag. Het overgrote deel van het publiek gisteravond maalde hier absoluut niet om. Er werd hard gelachen, geklapt en meegezongen.

Toch heb ik er geen spijt van dat ik daar bij ben geweest. Đorđe Balašević is een uitmuntend entertainer. Schijnbaar achteloos weet hij vier uur achter elkaar het publiek te boeien. Ik ben blij dat ik een live optreden van hem heb mogen meemaken. Bovendien heb ik er twee CD’s met muziek van hem aan overgehouden. Kan ik thuis en in de auto gaan luisteren naar wat ik gisteravond toch wel een beetje heb gemist.

17 mei 2012

De held op de ezel (2)

Geef mij maar oorlog is de Nederlandse titel van een boek uit 1968 van de Montenegrijnse schrijver Miodrag Bulatović. De oorspronkelijke titel is Rat je bio bolji (letterlijk: Oorlog was beter). In zekere zin is dit verhaal het vervolg op De held op de ezel, waarover ik al heb geschreven. De bekendste figuren uit De held op de ezel zijn ook in dit boek de hoofdpersonen: De Italiaanse soldaten Antonio Peduto en Giuseppe Bonaccia (Peppino), de Montenegrijnse held op de ezel en would-be revolutionair Gruban Malić en de hoer Marina. De held op de ezel eindigt met de capitulatie van de Italianen. In dit boek worden de absurde avonturen beschreven van de hoofdpersonen, aangevuld met de Duitse militair Carl Schlotterer, op hun reis vanuit Montenegro over zee naar Italië, naar een opvangkamp in de buurt van Bari. Verder gaat het dan naar Rome, alwaar het verhaal zich concentreert rondom een bizar bordeel. Vanuit Rome wordt dan een reis ondernomen naar Zwitserland, Frankrijk, Duitsland en Nederland. Het verhaal eindigt op Texel.

Maar laat ik niet proberen het verhaal na te vertellen. Dat is zinloos en zo goed als onmogelijk. Het is namelijk geen rationeel, gebalanceerd en gedisciplineerd geheel. De stijl die in De held op de ezel al flauwtjes zichtbaar was is hier veel verder doorgevoed. Laat ik het met een literaire term een ‘groteske’ noemen: een werk met een grillig en onnatuurlijk karakter. Maar voor hetzelfde geld kan ik het bestempelen als de weerslag van een hallucinatorische ervaring, of een dronkenmansfantasie. Ik kan mij vinden in wat de schrijver zelf op de achterflap zegt, namelijk dat hij bij het schrijven de doeken van zijn leermeesters Bosch, Brueghel en Chagall voor ogen had. Dat neemt niet weg dat de literaire Spaanse held Don Quichotte natuurlijk het voorbeeld is voor het karakter Gruban Malić.

Ook een duiding van het boek is niet eenvoudig. Bulatović beschrijft de strijd om te overleven van door de oorlog gewonde en beschadigde mensen. Zij moeten plotsklaps zien te overleven in een vrije wereld. Het is een pessimistische levensvisie. Maar wat mij het meest van deze roman is bijgebleven is de vertelkracht van de schrijver; zijn ongebreidelde associaties en wendingen. Alleen al deze literaire verbeeldingskracht maakt Bulatović in mijn ogen tot een zeer groot schrijver. Ik ga gauw via Boekwinkeltjes zijn roman De rode haan vliegt hemelwaarts bestellen.