12 december 2014

Tijdschrift Donau, 2014 nr. 2

De cover van het laatste nummer van Donau, tijdschrift over Midden- en Oost-Europa, toont een kleurenfoto met schilderachtige allure. Dat komt vooral door de lichtinval. De foto, van Nina Cranen, laat twee Slowaakse Roma zien, een kind en zijn vader of moeder, liggend op een bed. De foto illustreert goed het thema van dit nummer: Minderheden.
Het eerste thema-artikel is een interview van hoofdredactrice Helen Kooijman met Peter Vermeersch, een Belgische slavist en politicoloog. Peter Vermeersch stelt daarin dat etnische conflicten bewust worden georganiseerd door politieke krachten. “Kijk naar ex-Joegoslavië en de oorlogen en conflicten tussen Serviërs, Kosovaren, Kroaten, Bosniërs. Het idee is toch dat de mensen daar onder het communistisch bewind hun ware identiteit moesten onderdrukken, dat ze samenleefden terwijl ze dat eigenlijk niet wilden. En dat ze na de val van het communisme eindelijk de mogelijkheid zagen om hun eigen ware historische zelf te zijn: een identiteit vol van eeuwenoude haat tegenover de andere identiteiten. Maar precies het omgekeerde is waar: politici die met elkaar begonnen te strijden om de macht in een uiteenvallend Joegoslavië moedigden mensen aan om etnische verschillen en groepsidentiteit belangrijk te vinden.”
Ook het tweede thema-artikel in dit nummer gaat over ex-Joegoslavië. Joost van Egmond, correspondent in Belgrado, schrijft dat er anno 2014 nog steeds ‘Joegoslaven’ zijn. Joegoslaven zijn mensen die niet meedoen met de nieuwe etnische indeling van de regio. In 2010 verkondigde de toenmalige Servische minister van Minderheden dat Joegoslaven nooit als een nationale minderheid konden gelden want ze hadden geen taal, geen schrift en geen literatuur. Die opmerking leverde hem veel kritiek op. Bovendien namen de Joegoslaven daarop het initiatief om alsnog erkenning te krijgen als nationale minderheid.
In de rubriek ‘Boeken enzo…’ nogmaals een interview van Helen Kooijman met Peter Vermeersch. Dit keer over zijn populaire boek ‘Ex. Over een land dat zoek is’. Voor mijn bespreking van dit boek zie mijn blogbericht van 22 juni 2014 ‘Over een land dat zoek is’. 

6 december 2014

Servische taallessen

Als je de Servische taal wilt leren, maar de taal niet universitair wilt bestuderen, zijn er in Nederland een beperkt aantal mogelijkheden.
De Volksuniversiteit in Den Haag biedt nu al voor het derde jaar cursussen Servisch aan; zie http://www.volksuniversiteitdenhaag.nl/category/servisch. De lessen worden dit jaar gegeven op dinsdagavond. De locatie is het Aloysius College te Den Haag; de docente is mevrouw Nina Popovic. Het lesboek dat wordt gebruikt is ‘Teach Yourself Complete Serbian’.
Sinds kort biedt de Stichting Servische Taal en Cultuur in Nederland ‘Vuk Stefanović Karađžić’ ook Servische-taallessen voor volwassenen. Deze Stichting geeft al enkele jaren in Amstelveen Servische taallessen aan kinderen met een Servische vader en/of moeder.
De Stichting biedt volwassenen de volgende lesmogelijkheden:
1. Klassikale groepslessen in Amstelveen;
2. Online groepslessen via Skype;
3. Privélessen online via Skype.
De docente van deze lessen is mevrouw Ivana Drinjovski. Zij heeft Servische taal en cultuur gestudeerd aan de Universiteit van Novi Sad en heeft daar gewerkt als docente Servische taal voor anderstaligen. Ook is ze getraind om online Servische lessen te geven aan anderstaligen. Het lesmateriaal bestaat uit een theorieboek en een werkboek met CD, getiteld ‘Naučimo srpski 1’, van Isidora Bjelaković & Jelena Vojnović,
Voor meer informatie over deze cursussen van de Stichting Servische Taal en Cultuur in Nederland ‘Vuk Stefanović Karađžić’ en een inschrijfformulier zie http://www.cirilica.nl/NL/index.htm, tab ‘Taalcursus volwassenen’.


22 juni 2014

Over een land dat zoek is

‘Ex. Over een land dat zoek is’ is de titel van een recent uitgegeven boek van de Belgische slavist en politicoloog Peter Vermeersch. De titel verwijst naar voormalig Joegoslavië. In tien hoofdstukken verhaalt Peter Vermeersch van zijn reizen door Kosovo, Servië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Montenegro, Macedonië en Slovenië.
Zijn boek begint in Brussel waar hij de dochter van een in Brussel vermoorde Kosovaarse mensenrechtenactivist ontmoet. Ontmoetingen vormen de kern van dit boek. En hij ontmoet nogal wat mensen. Vrienden, kennissen en collega-wetenschappers, en vrienden en familie van die vrienden en kennissen. Al deze ontmoetingen leveren Peter Vermeersch veel stof voor verhalen en reflecties.
Peter Vermeersch is nieuwsgierig en is blijkbaar overal een geziene en welkome gast. Hij praat met gewone en minder gewone mensen over hun (vaak ongewone) leven voor, tijdens en na de oorlogen, over hun levensomstandigheden, over sport en muziek, over politiek en religie, over hun dromen en hun liefdes. Mensen die proberen het hoofd boven water te houden in een land met een veelbewogen, nog niet vergeten, geschiedenis.
Peter Vermeersch reist vanuit Pristina naar Pejë (Peć), vanuit Triëst en door Istrië langs de Kroatische kust, vanuit Vojvodina langs de Donau naar Oost-Servië, van Zagreb via Banja Luka naar Tuzla, en vanuit Belgrado naar het Griekse schiereiland Mount Athos. Ook verblijft hij kortere of langere tijd in verschillende steden waaronder Pristina, Skopje, Belgrado, Sarajevo en Ljubljana.
Naar Tuzla reist hij om Zijo te ontmoeten die als achtjarig jongetje een aanval door een paramilitaire bende in uniformen van het Joegoslavische leger overleefde. Zijn hele dorp werd uitgemoord, inclusief zijn vader, zijn zwangere moeder, zijn broer en zijn zes zussen. Wonder boven wonder overleefde hij de aanval. Tot zijn achttiende werd hij opgevoed in sanatorium Igalo in Montenegro. Nu heeft hij een baantje als keukenhulp in een hotel in Tuzla.
Het hoofdstuk waarin Peter Vermeersch verhaalt van zijn reis naar het Servische klooster Hilander op Mount Athos springt er daartegenover uit door zijn lichte toon. Peter Vermeersch maakte deze reis per auto, als gast van de Servisch-orthodoxe priester Vitomir (de chauffeur) en zijn twee zonen. Op de vraag hoeveel glaasjes rakija je tijdens de vasten mag drinken weet zoon Milanko het antwoord: ‘Eén rakija in de naam van de Vader, ééntje in de naam van de Zoon, en ééntje in de naam van de Heilige Geest.’ Ze nemen vanuit Belgrado de populaire snelweg naar de ‘Servische kust’ in Noord-Griekenland. In Servië wordt deze weg ‘Snelweg van Broederschap en Eenheid’ genoemd en in Macedonië (voorspelbaar) ‘Snelweg Aleksander de Grote’. Langs Thessaloníki rijden ze naar Ouranoupolis (het laatste dorp vóór het vrouwen en toeristen ontoegankelijke schiereiland), en varen ze het laatste stuk naar de heilige berg.
De toon van het boek is veelal nuchter en feitelijk, soms een tikje weemoedig, maar altijd liefdevol. Er zijn nauwelijks of geen politieke analyses te vinden. Dat levert een boek op dat, mede door de prettige schrijfstijl, een boeiend en gevarieerd inzicht geeft in het dagelijkse leven in ex-Joegoslavië.
In het boek zijn ter illustratie geen foto’s opgenomen. Voor begeleidende foto’s verwijst Peter Vermeersch in zijn nawoord naar www.overeenlanddatzoekis.com. (Klik op een foto en een begeleidende tekst plus een verwijzing naar een bladzijde in het boek verschijnt.)

3 juni 2014

Hulp voor kleine bedrijven in Obrenovac na de overstroming

Onderstaand bericht is gebaseerd op en geïnspireerd door een bericht op website ‘Slovce’: http://slovce.blogspot.nl/2014/06/recovery-from-floods-in-serbia.html

Zoals u hebt kunnen lezen en zien in kranten, op televisie en op internet, is een aantal Balkanlanden, waaronder Servië, zeer zwaar getroffen door overstromingen van een aantal rivieren, met name de Sava. Een van de zwaarst getroffen steden in Servië is Obrenovac.


Een Nederlandse ondernemer en zijn vrouw hebben het initiatief genomen tot een crowd funding actie met als doel kleine ondernemers in Obrenovac die getroffen zijn door de overstroming te helpen hun bedrijven weer op te bouwen.

De website die de initiatiefnemers voor dit doel in het leven hebben geroepen is: http://4obrenovac2014.org/. Op deze website is alles te vinden over deze inzamelingsactie, inclusief een gedetailleerd overzicht van inkomsten en een verantwoording van de uitgaven.

Als u iets wilt bijdragen aan het herstel van kleine bedrijven in Obrenovac dan kunt u uw bijdrage doneren via 4just1.com/project/621. De inzamelingsactie loopt tot eind juni aanstaande.

Iedere bijdrage is welkom. Bij voorbaat dank!

20 februari 2013

Plaquette voor Aleksandar Tišma

Foto: B. Rakić
Eindelijk is het ervan gekomen; Novi Sad eert Aleksandar Tišma, één van de grootste schrijvers in het Servo-Kroatische taalgebied, met een plaquette in de openbare ruimte. Het is nog wel geen standbeeld zoals bijvoorbeeld Jovan Jovanović Zmaj en Đura Jakšić die wel hebben gekregen, maar het is tenminste iets.

De gedenkplaat met een afbeelding van Aleksandar Tišma in reliëf is gemaakt door een beeldhouwster uit Novi Sad. Onder de plaquette met reliëf is nog een kleinere plaquette aangebracht met enkel een Engelse tekst voor toeristen.

De plaquette is bevestigd aan de buitenkant van het Tanurdzic-paleis aan de Ulica Modena in het centrum van Novi Sad, alwaar de schrijver van 1969 tot aan zijn overlijden in 2003 woonde in één van de appartementen.

Miroslav Blam, de hoofdpersoon uit het Het boek Blam van Aleksandar Tišma woonde ook in dit gebouw, in een mansardewoning op de bovenste etage, met uitzicht op het mooie Trg Slobode (Vrijheidsplein).

De plaquette werd gisteren, tien jaar na Aleksandar's dood, in het bijzijn van onder meer zijn zoon Andrej, bewonderaars en geïnteresseerden, officieel onthuld door de Servische Minister van Cultuur en Informatie Bratislav Petkovic en de burgemeester van Novi Sad, Milos Vucevic.

Foto: B. Rakić

 


16 februari 2013

Once brothers

Joegoslavië heeft grote sporters voortgebracht, ware sporthelden. Basketbalspelers, bijvoorbeeld. ‘Once Brothers’ is een film uit 2003 over twee van hen: Vlade Divac en Dražen Petrović. Vlade en Dražen speelden van 1986 tot 1990 samen in het nationale team van Joegoslavië, ze werden kamergenoten en vrienden. Met het nationale team van Joegoslavië behaalden ze grote successen. Beiden gingen naar de USA om in de meest prestigieuze basketbalcompetitie ter wereld hun succes te beproeven; Vlade bij de LA Lakers en Dražen bij de Portland Trail Blazers en de New Jersey Jets.

In 1990, na afloop van het door het Joegoslavische basketbalteam gewonnen wereldkampioenschap ontvouwde een supporter op het veld de Kroatische vlag. Dat schoot Vlade in het verkeerde keelgat. Hij pakte en verborg de vlag. Het team is Joegoslavisch en niet Kroatisch, was zijn boodschap. Vlade, een Serviër, komt in de film over als oprecht en apolitiek. Ik vermoed dat hij hetzelfde had gedaan als een toeschouwer de Servische vlag had ontrold. Ondanks zijn goede bedoelingen – geen politiek bedrijven op het sportveld – had zijn actie een ongewenst effect: zijn vriend Dražen, een Kroaat, verbrak de vriendschap. Wellicht was Vlade’s actie niet meer dan de druppel. De politieke sfeer was toen al zo gespannen en opgefokt dat het tij niet meer viel te keren. In 1991 riep Kroatië de onafhankelijkheid uit en begon de (burger)oorlog. Misschien was Vlade naïef in zijn hoop dat Joegoslavië bijeen zijn blijven en voelde hij de politieke realiteit van dat moment niet goed aan. In ieder geval onderschatte hij de gevoeligheid over dit onderwerp bij zijn vriend. Vlade leed erg onder het verlies van zijn vriendschap met Dražen, waarvan de werkelijke oorzaak lag bij door politici aangewakkerd nationalisme.

Na de afscheiding van Kroatië in 1991 speelde Vlade in het nationale team van Joegoslavië en Dražen in dat van Kroatië. In 1993 kwam Petrović in Duitsland om het leven bij een auto-ongeluk. Hij was na een kwalificatiewedstrijd in München op weg naar huis. Op het laatste moment had hij gekozen voor de auto in plaats van het vliegtuig. De film laat beelden zien van zijn begrafenis.

Tien jaar later, in 2003, reist Vlade voor het eerst sinds de burgeroorlog naar Zagreb in Kroatië om de moeder van Dražen te bezoeken. Op straat wordt hij uitgescholden (omdat hij Serviër is) maar ook uitbundig begroet (als groot sportman). Met Dražen’s moeder Biserka haalt hij herinneringen op. Ook legt hij bloemen op het monumentale graf van Dražen.

‘Once brothers’ – ‘Nekad braća’ in het Servo-Kroatisch – is geen politieke film, maar een boeiende documentaire die laat zien waar politieke en etnische sentimenten zelfs bij goede vrienden toe kan leiden. De film duurt 80 minuten en kan hier op YouTube in zijn geheel worden gezien. Vlade Divac is de verteller, hij doet dat rustig en beheerst. Ook andere spelers uit het nationale team van Joegoslavië tussen 1986 en 1990 komen aan het woord. De gesproken taal is Servo-Kroatisch en Engels. Daar waar Servo-Kroatisch wordt gesproken is de film ondertiteld in het Engels. Aanrader, ook voor hen die geen sportliefhebber zijn.

 

10 februari 2013

Dušan Kovačević : Bruin sings the blues

Eind vorig jaar las ik in een oud nummer van Donau, Tijdschrift over Zuidoost-Europa, met als thema ‘film’, een artikel over de Servische films Mehanizam (2000) en Profesionalac (2003), films waarin de misdaad welig tiert in de (Servische) maatschappij. Beide films kunnen in zijn geheel, maar niet ondertiteld, worden bekeken via YouTube. Regisseur van Profesionalac bleek ene Dušan Kovačević, een toen nog onbekende naam voor mij. Begin dit jaar kreeg ik van een kennis een Engelstalig boek cadeau met de titel Bruin sings the blues, geschreven door Dušan Kovačević! Mijn interesse was gewekt. Dušan Kovačević bleek een grote bekendheid te zijn in Servië, vooral vanwege zijn werk als schrijver van toneelstukken en filmscripts. Geboren ergens in Vojvodina volgde Dušan de middelbare school in Novi Sad waarna hij in Belgrado dramaturgie ging studeren. Zijn productiviteit als schrijver is enorm. Tot mijn grote verrassing is hij ook de schrijver van Underground, de beroemde en beruchte cultfilm van regisseur Emir Kusturica.

Het verbaasde mij dan ook niet echt dat Bruin sings the blues zich liet lezen als een filmscript. Het verhaal dwong mij voortdurend de scenes – vol effectbejag en vaak humoristisch – te visualiseren. Hoewel het verhaal tijdruimtelijk nauw is omschreven – Belgrado en de bergen rondom Valjevo gedurende de periode in 1999 van vlak voor de bombardementen tot en met het einde van de bombardementen – is er geen innerlijke ontwikkeling van de personages. Wat dat betreft moest ik denken aan Underground, waarin de karakters op zijn zachtst gezegd ook bijzondere typen zijn. Daar komt nog bij dat één van de hoofdrollen is weggelegd voor een beer, een sprekende, zingende en chaufferende circusbeer. ‘Bruin’ kan niet alleen praten met zijn soortgenoten, maar ook (selectief) met mensen. Kortom, Bruin sings the blues is niet alleen een fictief verhaal met een realistische mise-en-scène, het is ook een diersprookje. Het verhaal eindigt met een filmische grande finale in een happy ending.

Kovačević is een bedreven scenarioschrijver. Bruin sings the blues leest gemakkelijk weg en is effectief: je ziet de film al voor je. Toch laat het geheel zich niet gemakkelijk duiden. Het is in ieder geval een verhaal over liefde, liefde tussen man en vrouw, tussen man en beer, en tussen beer en beer, en dat in een tijd waarin de dreiging van een vernietigend bombardement alomtegenwoordig was. Uitermate kritisch is de schrijver over de NAVO-vliegers die de zogenoemde ‘humanitaire’ bombardementen uitvoeren: “mother-fucking gangsters”, en over zijn eigen politieke leider: “a man whose name was impossible to pronounce without feeling the need to throw up everything one had eaten during the previous ten years.” Misschien moet het verhaal wel begrepen worden als een hartenkreet van een man die in weerwil van de politieke realiteit van het leven wil blijven houden: “Blues is like when you open your heart to someone, when you tell someone just how you feel, what you love, why you’re sad, why you feel like crying … and why you’re alone …It’s beautiful, it’s unusual and, for my voice, it’s the best… I think just like I sing, and what I feel inside, I sing. It’s hard to put into words.”

4 november 2012

In Europa: Novi Sad

In opdracht van NRC Handelsblad trok journalist en schrijver Geert Mak in 1999 een jaar door Europa op zoek naar sporen van de Europese geschiedenis in de twintigste eeuw. Mede op basis van deze speurtochten publiceerde Mak in 2004 een lijvig boek getiteld In Europa: reis door de twintigste eeuw. Ook Novi Sad werd door Geert Mak bezocht, de eerste keer in maart 1993 en een tweede keer in december 1999. Tijdens de Joegoslavische oorlogen dus.

Mak bezocht Novi Sad omdat ook daar 20ste-eeuwse geschiedenis is geschreven. Tijdens WOII, bijvoorbeeld, maar ook nog heel recent. In het voorjaar van 1999 bombardeerden NAVO-vliegtuigen drie maanden lang strategische doelen in Novi Sad, en vernietigden daarbij alle bruggen over de Donau. Een traumatische ervaring voor de inwoners van Novi Sad. Het bombardement van Novi Sad heb ik vermeld in mijn blogberichten 24 maart 1999, De bruggen van Novi Sad en To survive a bombing.

In Novi Sad ontmoet Mak onder meer Sarita Matijević, een voormalig tv-journaliste, filmer en documentairemaker Želimir Žilnik, en Aleksander Tišma, de in 2003 overleden romanschrijver. Sarita Matijević neemt Mak mee naar café Sax, voor een ontmoeting met intellectuelen, naar haar familie, waar al gauw duidelijk wordt dat vader en dochter geheel verschillende zienswijzen hebben over de politieke realiteit in Servië, en naar kapsalon Pramen alwaar Mak jonge gewone mensen vraagt naar hun wensen voor de toekomst. Met Želimir Žilnik wandelt Mak langs de Donau, waar de eerder dat jaar in puin geschoten bruggen nog in het water liggen en spreekt hij met een vrouw die, wonend aan de Donau, de bombardementen aan den lijve heeft ervaren. Met Aleksander Tišma praat hij over de politieke situatie van Servië en over de plaats van Servië in Europa. Van Tišma hoort Mak een anekdote die hij gebruikte voor zijn voorlaatste publicatie De hond van Tišma.

Sommige delen in zijn hoofdstuk over Novi Sad zijn wat uitgebreider verschenen in de NRC, bijvoorbeeld het verhaal van Saša en Miša, de twee dienstweigeraars, die Mak in Amsterdam ontmoette. Wat Mak schrijft over het wel en wee van Saša en Miša in Amsterdam zal de lezer van Borislav Čičovački’s Sleutelkruid bekend voorkomen.

In zijn verslag schrijft Mak niet alleen over de gevolgen van de oorlogen voor de bevolking van Novi Sad maar ook over de oorzaken van deze oorlogen. Vier afscheidingsoorlogen werden er gevoerd: de afscheiding van Slovenië in 1991, de afscheiding van Kroatië in 1991-1992, de oorlog om Bosnië-Herzegovina van 1992 tot 1996 en de oorlog om Kosovo in 1998 en 1999. Mak laat zien dat deze oorlogen een gecompliceerde en lange voorgeschiedenis hebben. Daarbij verwijst hij onder meer naar opvattingen van interessante schrijvers als György Konrád, Mark Mazower en Ivo Andrić.

Mak refereert in zijn verslag over Novi Sad aan het boek Zandloper van de uit Vojvodina afkomstige schrijver Danilo Kiš. In dit boek geeft Kiš een lange lijst met personen die in de jaren dertig en veertig in Novi Sad leefden en werkten. Mak gebruikt deze lijst als opmaat naar zijn beschrijving van de Novi Sad razzia in 1942. In Het Boek Blam geeft Aleksander Tišma overigens ook een dergelijke lijst met namen: over het lot van burgers tijdens WOII die in één bepaalde straat in Novi Sad woonden.

Mak heeft geen historische studie over Joegoslavië geschreven, maar losjes aan elkaar hangende journalistieke verhalen. Wellicht juist daardoor vond ik zijn hoofdstukken over voormalig Joegoslavië interessant en leerzaam en, niet onbelangrijk, prettig leesbaar. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Mak met een zekere sympathie heeft geschreven over Novi Sad en haar inwoners. Alleen al voor genoemde hoofdstukken is de uitgave (ik kocht de eerste uitgave tweedehands voor tien euro) de aanschaf meer dan waard.

27 oktober 2012

Raskovnik

Een berichtje voor hen die liever een boek in het Servisch dan in het Nederlands lezen. Uitgeverij Arhipelag in Belgrado heeft onlangs het boek Raskovnik gepubliceerd, een roman van Borislav Čičovački. Dit boek was al in 2009 door Uitgeverij Contact in het Nederlands gepubliceerd onder de titel Sleutelkruid. Het gaat over het leven van een jongeman die, als student biologie in Novi Sad, in 1991 Servië ontvlucht en in Amsterdam een nieuw leven probeert op te bouwen. Over dit boek heb ik uitgebreider geschreven in mijn blogbericht Sleutelkruid.

26 augustus 2012

Monastery Guide to Fruška Gora

De meeste van de vijftien overgebleven kloosters in het nationale park Fruška Gora, ten zuiden van de Donau, nabij Novi Sad, zijn cultuurhistorisch interessant én bezienswaardig. Sajkaca, de blognaam van een Zwitserse architect, heeft op haar blog Nothing against Serbia, een negental informatieve berichtjes gewijd aan deze kloosters. Onlangs heeft zij deze informatie gebundeld in een praktisch reisgidsje (gratis te downloaden en gemakkelijk af te drukken), getiteld Monastery Guide to Fruška Gora. Een welkome actie, want over de kloosters in Fruška Gora is voor zover ik weet nog geen informatie handzaam beschikbaar. Ik zal er graag gebruik van maken, want tot nu toe heb ik er slechts drie bezocht; zie mijn bericht Kloosters in Fruška Gora.