28 augustus 2011

Een concert in de synagoge

Aan de Ulica Jevrejska (Jodenstraat) in Novi Sad staat de grote synagoge. Tegenwoordig functioneert het gebouw als concertzaal. Wij wilden de synagoge bezoeken mede omdat het gebouw in Aleksandar Tisma’s Het Boek Blam een belangrijke rol speelt. Tijdens ons verblijf hadden we de keuze tussen een tweetal concerten. We kozen voor het Vojvodina Symphony Orchestra (Vojvođanski Simfoničari) met een Italiaanse dirigent – Nicola Giulliani – en een Franse solofluitiste – Magali Mosnier.

De zaal is indrukwekkend; een grote witte koepelruimte met oosterse ornamenten. Architectonische decoraties die herinneren aan de oorspronkelijke functie van dit gebouw. Grote platen met Hebreeuwse letters: de tien geboden van Mozes. Lange rijen dicht op elkaar staande houten kerkbanken.

Het concert was de moeite waard. Van Mozart werden zijn ouverture uit 'De bruiloft van Figaro' en zijn concert voor fluit en orkest K.313 gespeeld. Na de pauze volgde de achtste symfonie van Beehoven. Ik was benieuwd naar de akoestiek, want die zou goed zijn. Slecht was het niet, maar de muziek leek een beetje te verdwijnen in de ruimte, in de galm.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de synagoge het ‘Dulag’, het Durchgangslager voor te deporteren joden uit Novi Sad en omgeving. Drie dagen en nachten, tot aan hun vertrek naar het concentratiekamp Auschwitz, moesten de joden in de synagoge blijven. Tišma beschrijft dit proces in zijn Het boek Blam als een rustige aangelegenheid met maar één dissonant: de honden die in het kielzog van hun joodse baasjes voor de synagoge arriveerden, en die, trouw als ze waren, buiten de poort bleven wachten. En die, tenslotte, onbegrijpend en alleen tussen de rails bij het station achterbleven. Een aangrijpende scene in Tisma’s prachtige boek.

In het laatste hoofdstuk beschrijft Tišma Blam’s overpeinzingen tijdens een concert in de synagoge, een paar decennia na afloop van de oorlog. Blam, zelf een jood, was tijdens de oorlog de dans ontsprongen. Getrouwd met een niet-joodse vrouw kon en wilde hij buitenstander blijven. In de pauze ontmoet Blam de jood Leon Funkenstein, een oude bekende. Funkenstein heeft Auschwitz overleefd omdat hij – als violist– in opdracht van de nazi’s voor gedeporteerde joden muziek moest spelen. Leon is in een feestelijke stemming; hij leeft en is verzot op muziek. Blam beschouwt de onbezorgde directheid op deze voor joden beladen plek, ook al is het nu een concertzaal, als ongepast. Doet Leon zo omdat hij hier als jood geen indringer is? Dat idee benauwt Blam nog meer. Alsof zij naar de synagoge zijn gekomen om te benadrukken dat deze plek aan hen toebehoort, aan de overlevenden: “Dit was ooit van mij”. Ook Blam heeft de oorlog overleefd, maar in tegenstelling tot Funkenstein kan hij niet genieten van de muziek. Een vaag schuldgevoel knaagt aan hem. Hi heeft de oorlog overleefd omdat hij zich heeft kunnen opstellen als buitenstaander. Maar juist daarom heeft hij de oorlog niet kunnen afsluiten, heeft hij moeite te leven in het heden en ervaart hij het concert als bevreemdend. Blam voelt dat hij hier niets meer heeft te zoeken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen