16 juli 2011

Szentendre

Beogradska kerk
Een van de bekendste schilderstukken van Paja Jovanović is Seoba Srba, meestal vertaald als Serbian migrations. Het schilderij uit 1896 toont Serviërs op de vlucht voor de Ottomanen. Wie de Servische geschiedenis een beetje kent weet dat er meerdere Servische volksverhuizingen zijn geweest. De bekendste van die volksverhuizingen, de ‘Eerste grote volksverhuizing’, vond plaats in 1690. De leider van deze volksverhuizing was patriarch Arsenije III Čarnojević. De Serviërs, veelal kooplieden en ambachtslui, vestigden zich toen in Szentendre, een dorp aan de Donau ongeveer twintig kilometer ten noorden van Boedapest. Arsenije III Čarnojević werd aartsbisschop van Szentendre en bleef dit tot zijn dood in 1706, waarna zijn lichaam werd bijgezet in het klooster Krušedol bij Novi Sad in de Fruška Gora. Mede vanwege de privileges die de Serviërs van de Habsburgers wisten te krijgen brachten ze het dorp tot bloei. Het barokke karakter van het stadje is dan ook grotendeels te danken aan de Serviërs. De naam van het dorp – Szentendre – is Hongaars voor Sint Andreas, Sanctus Andreas (Latijn) en Sentandreja (Servisch).

De Serviërs bouwden in het midden van de achttiende eeuw een zevental barokke Servisch-orthodoxe kerken in Szentendre. Er zijn er nog een paar over. Beneden in het dorp, op de hoek van het centrale plein Fö tér en een aflopend straatje naar Donau, staat de kleine kerk Blagovestenszka – Maria Verkondiging – op de plek waar de Serviërs in 1690 een houten kerk hadden gebouwd. De iconostase van donker hout uit het begin van de negentiende eeuw is in rococostijl vervaardigd en contrasteert mooi met de witte muren. Het schijnt dat de ogen van de figuren op de iconen altijd op de toeschouwer zijn gericht. De grootste en mooiste Servisch-orthodoxe kerk is de hoog gelegen Beogradska. Het rijke interieur deed mij denken aan de Servisch-orthodoxe kerken die ik in Novi Sad en Sremski Karlovci heb gezien.

Servisch kerkmuseum
Tijdens ons bezoek aan Szentendre, in mei van dit jaar, werden in het Servische kerkmuseum naast de Blagovestenszka kopieën van fresco’s uit het Servische klooster Bodjani tentoongesteld. De muurschilderingen, die het bekijken meer dan waard bleken, zijn tot november van dit jaar in bruikleen gegeven door de Galerija Matice Srpske in Novi Sad. Voor informatie over deze tentoonstelling, en een fotoreportage van de opening in april jongstleden, zie het derde nieuwsitem op de homepage van de website van de Galerija.

Toen Szentendre in de 19e eeuw in de vergetelheid raakte, vestigden kunstenaars zich in het schilderachtige stadje. Hun activiteiten brachten weer leven in de brouwerij. Tegenwoordig is Szentendre vooral een toeristische attractie. De leukste manier om naar Szentendre te gaan is overigens met de boot vanuit Boedapest over de Donau. In zijn interessante boek Donau, een ontdekkingsreis door de beschaving van Midden-Europa en de crisis van onze tijd, wijdt Claudio Magris (afkomstig uit Triëst) een hoofdstuk aan Szentendre: “Szentendre is een Montmartre van de Donau, de kleuren van de huizen en van de op straat tentoongestelde schilderijen zetten zich voort in die van de rivier, een vloeiende, lichte vrolijkheid omgeeft de flaneur en voert hem als vanzelf door de pittoreske steegjes die als lieflijke stroompjes afdalen naar de rivier. Het stadje draagt een Servisch stempel, dat geleidelijk verbleekt.”  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen